De zaak betreft een geschil tussen een buitenlandse vennootschap als verhuurder en een huurder over een woning in Nederland. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wegens een huurachterstand van €6.008,15 tot en met september 2021, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten. De huurder betwist de vordering en beroept zich op opschorting van de huurbetalingen vanwege diverse gebreken aan het gehuurde, zoals loshangende deklijsten, een niet-functionerende warmtepomp, lekkages en een onbruikbare parkeerplaats.
De huurder heeft de gebreken met foto's en e-mails aan de beheerder onderbouwd, maar de verhuurder betwist de gebreken en de echtheid van de e-mails. De huurder is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en heeft geen verdere bewijsstukken overgelegd. De kantonrechter oordeelt dat de gebreken niet zijn komen vast te staan en dat zelfs bij vaststelling van gebreken deze geen opschorting van de volledige huur rechtvaardigen.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van de volledige huurachterstand, wettelijke rente, incassokosten en de huurpenningen vanaf oktober 2021 tot het vonnis. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder krijgt twee weken de tijd om het gehuurde te ontruimen. Voor de periode na het vonnis tot ontruiming wordt een gebruiksvergoeding van de maandhuur opgelegd. De vordering van de huurder tot compensatie wegens gebreken wordt afgewezen. De huurder wordt tevens veroordeeld in de proceskosten.