ECLI:NL:RBMNE:2022:1924
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete voor illegale kortdurende verhuur via Airbnb bevestigd
Eiser en zijn partner woonden samen in een woning in [plaats] en verhuurden hun andere woning via Airbnb nadat zij volledig waren verhuisd. De gemeente constateerde na meerdere huisbezoeken en administratief onderzoek dat er sprake was van kortdurende verhuur, wat in strijd is met het bestemmingsplan en de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019.
De gemeente legde een bestuurlijke boete van €7.500 op en stelde een last onder dwangsom van €10.000 voor het staken van de illegale verhuur. Eiser voerde aan dat er onduidelijkheid bestond over de regels en dat hij dacht legaal bezig te zijn, mede door telefonisch contact met de gemeente, maar dit werd niet schriftelijk bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat eiser en zijn partner wisten dat verhuur voor minder dan zes maanden niet was toegestaan en dat de woning daadwerkelijk kortdurend werd verhuurd. Het ontbreken van schriftelijke bevestiging van de gemeente doet hieraan niet af. Ook de intentie om voor langere tijd te verhuren werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank vond geen reden om de boete te matigen ondanks persoonlijke omstandigheden van eiser en bevestigde dat de gemeente in redelijkheid de boete kon opleggen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete en last onder dwangsom wegens illegale kortdurende verhuur via Airbnb wordt ongegrond verklaard.