ECLI:NL:RBMNE:2022:1935
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in woonruimtezaak
Verzoeker, woonachtig in een noodwoning met een huurcontract dat afloopt op 31 mei 2022, verzocht de voorzieningenrechter om de burgemeester van Nieuwegein te verplichten spoedig woonruimte en een veilige leefomgeving te regelen. Verzoeker baseerde dit op artikel 22 van Pro de Grondwet.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat verzoeker geen kopie van een besluit heeft overgelegd waartegen het verzoek is gericht, noch heeft hij een aanvraag ingediend die leidt tot een besluit dat volgens hem is uitgebleven. Het enige overgelegde besluit betrof een tijdelijk huisverbod dat niet relevant was voor het verzoek.
Verder is het verzoek niet gericht op een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor de procedure niet kan worden gevolgd. De voorzieningenrechter wees erop dat verzoeker mogelijk via de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019 een aanvraag kan indienen voor urgentie bij de gemeente Nieuwegein.
Omdat over de niet-ontvankelijkheid geen redelijke twijfel bestond, werd het verzoek afgewezen zonder inhoudelijke behandeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet voldoen aan de vereisten.