Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
In conventie
4.De beoordeling
223 Rv
uitgezonderd voorzover en voor zolang dit voor de uitoefening van de werkzaamheden voor werkgever is vereist”.In ieder geval heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] deze gegevens heeft geopenbaard aan een derde (wat voor de gestelde schending van het geheimhoudingsbeding noodzakelijk is). Te meer nu wordt gesteld dat een overzicht uit 2017 aan [D] en [E] is geopenbaard. Dat zou onlogisch zijn als [gedaagde] ook de beschikking zou hebben over recentere bestanden uit 2020.
622,00(2 punten x tarief € 311,00)