Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
in zijn algemeenheidgeschikt is om de vrees voor een inbreuk op de lichamelijke integriteit van [verbalisant 2] teweeg te brengen.
in zijn algemeenheidredelijkerwijs voorstelbaar dat bij [verbalisant 2] de vrees is ontstaan dat verdachte op hem zou inrijden.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BESLAG
- 1 stuk wit gevouwen verpakking met inhoud (G2894951);
- 1 stuk munitie (G2896456).
- 1 stuk wit gevouwen verpakking met inhoud (G2894951);
- 1 stuk munitie (G2896456).
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36c, 36f, 45, 55, 57, 58, 285 en 287 van het Wetboek van Strafrecht; en
- 5a, 107, 163, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994,
12.BESLISSING
tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden;
in mindering zal worden gebracht;
twaalf (12) maanden van de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd;
een proeftijd van drie (3) jarenvast;
tot de betaling van een geldboete van 500,- euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door tien (10) dagen hechtenis;