ECLI:NL:RBMNE:2022:204
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op herziening Ziektewet-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Eiseres verzocht herziening van een besluit uit 2009 waarin zij werd aangemerkt als arbeidsgeschikt en geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering. Zij baseerde haar verzoek op een expertiserapport van een GZ-psycholoog uit 2020, waarin ernstige psychiatrische diagnoses werden gesteld die volgens haar reeds op de datum van het oorspronkelijke besluit aanwezig waren.
De rechtbank overwoog dat nieuwe feiten of omstandigheden alleen kunnen leiden tot herziening indien deze ná het eerdere besluit zijn voorgevallen of niet eerder konden worden aangevoerd. De medische rapportage van Van Rijn bevatte diagnoses die niet nieuw waren in termen van de klachten en beperkingen die reeds door verzekeringsartsen waren onderkend en meegenomen in hun beoordeling.
De rechtbank stelde vast dat de klachten die samenhingen met de diagnoses al in eerdere medische rapportages waren vermeld en dat het verzoek om een second opinion destijds niet is opgevolgd door eiseres zelf. Daarmee was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit tot afwijzing van herziening Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.