ECLI:NL:RBMNE:2022:2064
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling erfdeel en opheffing testamentair bewind wegens onvoorziene omstandigheden
Rechthebbende staat sinds 2013 onder beschermingsbewind vanwege verslavingsproblematiek en verkwisting. Na ontslag van de oorspronkelijke beschermingsbewindvoerder in 2020 is een professionele bewindvoerder benoemd. Erflater stelde in zijn testament een testamentair bewind in over het erfdeel van rechthebbende, met bepalingen over de opeisbaarheid en rente.
De echtgenote van erflater is inmiddels opgenomen in een verzorgingstehuis, waardoor het erfdeel opeisbaar is geworden. Verzoekers vroegen de kantonrechter om vaststelling en uitbetaling van het erfdeel en om opheffing van het testamentair bewind. Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat het testamentaire bewind feitelijk werd uitgehold door uitbetaling op de beheerrekening van het beschermingsbewind.
De kantonrechter oordeelde dat het testamentair bewind op grond van onvoorziene omstandigheden kan worden opgeheven, omdat rechthebbende vanwege zijn problematiek niet zelf zijn vermogen kan beheren, maar het beschermingsbewind de belangen voldoende waarborgt. Het erfdeel werd vastgesteld op €44.202,38 bruto en uitbetaling werd toegestaan op de beheerrekening in het beschermingsbewind. Het verzoek tot opheffing van het testamentair bewind werd toegewezen.
Uitkomst: Erfdeel vastgesteld op €44.202,38 bruto, uitbetaling toegestaan op beheerrekening beschermingsbewind en testamentair bewind opgeheven wegens onvoorziene omstandigheden.