De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 1 juni 2022 de zaak tegen verdachte betreffende meerdere woninginbraken en pogingen daartoe in november 2021 in Utrecht. Verdachte werd beschuldigd van vijf feiten, waaronder inbraken en pogingen tot inbraak met behulp van de hengelmethode en een valse sleutel.
De rechtbank sprak verdachte vrij van drie woninginbraken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Voor vier pogingen tot woninginbraak werd verdachte wel schuldig bevonden, waarbij hij met een omgebogen ijzerdraad probeerde via de brievenbus de deur te openen. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte zich op meerdere adressen toegang probeerde te verschaffen zonder dat de misdrijven voltooid waren.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de impact op slachtoffers, en de recidive van verdachte. Ondanks eerdere veroordelingen en voorwaarden bleef verdachte betrokken bij woninginbraken. De rechtbank legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden op, met aftrek van het voorarrest. Tevens werd een in beslag genomen schroevendraaier verbeurd verklaard.
Benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens de vrijspraak van bepaalde feiten en onvoldoende bewijs van schade in directe relatie tot de bewezen feiten.