Eiseres diende op 29 januari 2021 een aanvraag kinderopvangtoeslag in. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, moest binnen zes maanden een besluit nemen, met een eenmalige verlenging van zes maanden. De beslistermijn liep derhalve af op 29 januari 2022, maar verweerder besloot niet tijdig.
Eiseres stelde verweerder op 23 maart 2022 in gebreke, waarna de rechtbank vaststelde dat de beslistermijn was overschreden. De rechtbank legde een dwangsom op van €1.442,- voor de periode vanaf 7 april 2022 tot 42 dagen daarna, en bepaalde dat verweerder binnen twaalf weken alsnog een besluit moet nemen.
De rechtbank erkende de uitzonderlijke situatie rond de kinderopvangtoeslagenaffaire als reden voor de benodigde extra tijd. Voor elke dag dat verweerder daarna nog te laat is, geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van €379,50 en het griffierecht aan eiseres.
De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn op 25 mei 2022.