Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2022:2139

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 mei 2022
Publicatiedatum
3 juni 2022
Zaaknummer
HA RK 22/87
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • A.M.M.E. Doekes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 4 WgbzArt. 19a lid 1 WgbzArt. 3d lid 2 FwArt. 29 lid 1 WgbzArt. 42a Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen griffierecht bij afkondiging afkoelingsperiode in WHOA-procedure ongegrond verklaard

Mevrouw J.M.A. Zandvoort heeft namens haar cliënten bezwaar gemaakt tegen het griffierecht dat was opgelegd aan [bedrijf 1] B.V. en [bedrijf 2] B.V. in procedures betreffende de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA). De griffierechten betroffen vier maal € 676, welke tijdig zijn voldaan.

Op 10 februari 2022 dienden de vennootschappen een verzoekschrift in tot benoeming van een herstructureringsdeskundige en tot afkondiging van een afkoelingsperiode van vier maanden. Op 24 februari 2022 trokken zij deze verzoeken in, waarna zij op 1 maart 2022 failliet werden verklaard.

De kern van het geschil betrof de vraag of voor het verzoek tot afkondiging van de afkoelingsperiode griffierecht verschuldigd was, aangezien dit volgens de verzoekers automatisch volgde uit de benoeming van de herstructureringsdeskundige. De rechtbank oordeelde dat het griffierecht verschuldigd is per verzoek en per entiteit, ongeacht de samenhang tussen verzoeken.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. De rechtbank verwees naar relevante wetsartikelen uit de Wet griffierechten burgerlijke zaken en de Faillissementswet, en bevestigde dat het griffierecht ook voor het verzoek tot afkondiging van de afkoelingsperiode verschuldigd is.

Uitkomst: Het verzet tegen het opgelegde griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
locatie Utrecht
zaaknummer : C/16/537413 / HA RK 22/87
uitspraakdatum : 10 mei 2022
Beschikking van de voorzieningenrechter van 10 mei 2022
in de zaak van
mevrouw
J.M.A. Zandvoort
Advocaat te Veghel,
Verzoeker,
en
de publiekrechtelijke rechtspersoon
DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zetelend te Utrecht,
verweerder.
Partijen worden hierna Zandvoort en de griffier genoemd.

1.De procedure

1.1.
Per e-mail van 21 december 2021 heeft Zandvoort ter griffie van deze rechtbank bezwaar gemaakt tegen het aan zijn cliënten, [bedrijf 1] B.V. (“ [bedrijf 1] ”) en [bedrijf 2] B.V. (“ [bedrijf 2] ”), opgelegde griffierecht in de procedures met zaaknummer FT RK 22/135, 136, 138 en 139.
1.2.
De griffier heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
1.3.
De rechtbank constateert dat het griffierecht van € 2.704 (vier maal € 676) op 15 februari 2022 en 25 februari 2022 is betaald. Dit verzoekschrift is derhalve tijdig ingediend ex artikel 29 lid 1 Wet Pro griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz).

2.De feiten

2.1.
Op 10 februari 2022 hebben [bedrijf 1] en [bedrijf 2] ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift tot benoeming van een herstructureringsdeskundige en afkondiging van een afkoelingsperiode ingediend. In het verzoekschrift van 10 februari 2022 hebben [bedrijf 1] en [bedrijf 2] de rechtbank verzocht:
“1. Eén van de in paragraaf 4.5 benoemde herstructureringsdeskundigen te benoemen als herstructureringsdeskundige voor beide vennootschappen;
2. Een afkoelingsperiode voor [bedrijf 1] en [bedrijf 2] af te kondigen voor de duur van vier maanden.”
2.2.
Per e-mail van 24 februari 2022 hebben [bedrijf 1] en [bedrijf 2] de verzoeken ingetrokken.
2.3.
[bedrijf 1] en [bedrijf 2] zijn op 1 maart 2022 in staat van faillissement verklaard.

3.De beoordeling

3.1.
[A] stelt dat voor de verzoeken van [bedrijf 1] en [bedrijf 2] tot afkondiging van een afkoelingsperiode geen griffierecht is verschuldigd, omdat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] niet los hebben verzocht om een afkoelingsperiode, maar deze afkoelingsperiode ex artikel 3d lid 2 Fw het gevolg is van benoeming van een herstructureringsdeskundige. [A] stelt dat alleen voor de verzoeken tot benoeming van een herstructureringsdeskundige griffierecht is verschuldigd.
3.2.
Artikel 19a lid 1 Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) luidt als volgt:
“Voor de indiening van verzoeken als bedoeld in de artikelen 42a, 371, eerste lid, 376, eerste lid, 377, derde lid, 378, eerste lid, 379, eerste lid, en 383, zevende lid, van de Faillissementswet wordt van de verzoeker het griffierecht geheven bij de rechtbank voor andere zaken dan kantonzaken met betrekking tot een vordering van onbepaalde waarde op basis van de tabel die als bijlage bij deze wet is gevoegd.”
3.3.
Artikel 3 lid 4 Wgbz Pro luidt als volgt:
“De verzoeker en de belanghebbende zijn het griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift respectievelijk het verweerschrift en zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort.”
3.4.
De stelling dat [bedrijf 1] en [bedrijf 2] niet los hebben verzocht om afkondiging van een afkoelingsperiode volgt de rechtbank niet. Het verzoekschrift van 10 februari 2022 bevat immers een verzoek om een afkoelingsperiode voor [bedrijf 1] en [bedrijf 2] af te kondigen voor de duur van vier maanden. Voor een verzoek tot afkondiging van een afkoelingsperiode is ex artikel 19a lid 1 Wgbz griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift (artikel 3 lid 4 Wgbz Pro). Daarbij is van belang dat het griffierecht is verschuldigd per verzoek én per entiteit, en dus niet per verzoekschrift. [1] Het feit dat de afkoelingsperiode ex artikel 3d lid 2 Fw het gevolg is van benoeming van een herstructureringsdeskundige doet daar niet aan af.
3.5.
Het voorgaande brengt mee dat het verzet ongegrond verklaard zal worden.

4. De beslissing

De rechtbank
4.1.
verklaart het verzet ongegrond.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M.M.E. Doekes en in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2022.

Voetnoten

1.M. Wouters, ‘WHOA: hoe zit het met het griffierecht?’,