Eiseres diende op 10 augustus 2021 een bezwaarschrift in tegen een besluit van de Belastingdienst Toeslagen. De Belastingdienst had conform de wettelijke termijnen uiterlijk op 30 december 2021 moeten beslissen, maar had dit niet gedaan. Eiseres stelde de Belastingdienst op 2 februari 2022 in gebreke, waarna de rechtbank constateerde dat de termijn was overschreden.
De rechtbank stelde vast dat de Belastingdienst een dwangsom verschuldigd is wegens de overschrijding van de beslistermijn, en stelde deze dwangsom vast op €1.442,- voor de periode van 18 februari tot 1 april 2022. Daarnaast werd de Belastingdienst opgedragen binnen twaalf weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Verder legde de rechtbank een dwangsom van €100,- per dag op voor elke dag dat de Belastingdienst na deze termijn nog niet zou beslissen, met een maximum van €15.000,-. Ook werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van €379,50 aan eiseres.
De rechtbank oordeelde dat de vertraging gerechtvaardigd was vanwege de grote hoeveelheid herbeoordelingen, maar vond geen aanleiding om de termijn verder te verlengen. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en de dwangsommen en vergoedingen werden toegewezen.