Eiseres heeft op 30 december 2020 een verzoek tot herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag ingediend bij de Belastingdienst Toeslagen. Verweerder had uiterlijk op 30 december 2021 moeten beslissen, inclusief een mogelijke verlenging van zes maanden. Deze beslistermijn is echter overschreden.
Eiseres heeft verweerder op 24 januari 2022 in gebreke gesteld, waarna de rechtbank vaststelde dat sindsdien meer dan twee weken waren verstreken zonder besluit. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een dwangsom verschuldigd voor elke dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft, met een maximum van 42 dagen. De rechtbank stelt de dwangsom vast op € 1.442,- voor de periode van 10 februari tot 24 maart 2022.
De rechtbank beveelt verweerder om binnen twaalf weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn na deze uitspraak wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Daarnaast moet verweerder het griffierecht en proceskosten van € 379,50 aan eiseres vergoeden.
De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 25 mei 2022 te Utrecht.