ECLI:NL:RBMNE:2022:2223
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaarschrift handhavingsverzoek
Eiseres ondervond overlast van het gebruik van een woning als kantoor en verzocht het college in 2018 en opnieuw in 2020 om handhavend op te treden. Het college wees het verzoek af op 18 januari 2019. Na het uitblijven van een beslissing op haar bezwaarschrift van 22 februari 2021, stelde eiseres het college in gebreke en diende zij een beroep in wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 22 februari 2021 als bezwaarschrift moest worden beschouwd en dat het college binnen twaalf weken na afloop van de bezwaartermijn moest beslissen. Hoewel partijen een uitstel van de beslistermijn waren overeengekomen, beëindigde eiseres dit uitstel met een ingebrekestelling op 7 januari 2022. Het college was daardoor in verzuim omdat het niet binnen de wettelijke termijn had beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, stelde een dwangsom vast van €1.442,- voor de reeds verstreken termijn en legde een nieuwe dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- voor het niet tijdig beslissen na deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit op bezwaar te nemen, met oplegging van een dwangsom.