Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker] ;
- de aanvullende stukken van [verzoeker] ;
- het verweerschrift van [verweerster] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure verzoekt verzoeker de kantonrechter om toepassing van de hardheidsclausule van artikel 475fa Rv, teneinde zijn beslagvrije voet te verhogen van €1.681,00 naar €2.152,00 per maand. Verzoeker stelt dat bij de berekening van de beslagvrije voet geen rekening is gehouden met zijn hoge huurkosten en overige noodzakelijke lasten, mede vanwege co-ouderschap van twee minderjarige kinderen waarvoor hij een appartement huurt.
Verweerster betwist het verzoek en wijst erop dat verzoeker samen met een ander een bedrag van €992.087,58 aan haar heeft onttrokken door middel van valse facturen, en dat verzoeker vermoedelijk verborgen tegoeden heeft. Verweerster bestrijdt ook de hoogte van de opgevoerde lasten.
De kantonrechter overweegt dat de hardheidsclausule slechts van toepassing is in uitzonderlijke situaties waarbij noodzakelijke extra kosten niet via andere wegen vergoed kunnen worden en de schuldenaar onder het bestaansminimum komt. Gezien het onherroepelijke vonnis dat verzoeker een groot bedrag aan verweerster verschuldigd is en zijn weigering om te verklaren waar dit geld is gebleven, moet worden aangenomen dat hij verborgen tegoeden heeft. Hierdoor kan niet worden vastgesteld dat verzoeker de opgevoerde lasten daadwerkelijk niet kan dragen.
Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tevens wordt het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen omdat einduitspraak is gedaan. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van de beslagvrije voet wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.