De rechtbank Midden-Nederland heeft op 10 juni 2022 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen betrokkene, die werd verdacht van mishandeling van zijn ex-partner en kinderen, en het overtreden van een gedragsaanwijzing. De rechtbank oordeelde dat betrokkene ten tijde van de feiten leed aan een manisch-psychotische stoornis, waardoor het bewezenverklaarde niet aan hem kon worden toegerekend. Daarom werd hij ontslagen van alle rechtsvervolging.
De rechtbank stelde vast dat de mishandeling ook psychische schade toebracht aan de kinderen, wat gelijkgesteld wordt met opzettelijke benadeling van de gezondheid. Ondanks het ontslag van rechtsvervolging achtte de rechtbank verplichte zorg noodzakelijk en verleende ambtshalve een zorgmachtiging voor zes maanden op grond van de Wet forensische zorg (Wfz).
De zorgmachtiging omvatte diverse vrijheidsbeperkende maatregelen zoals contact- en locatieverboden, het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, insluiting en toezicht. De rechtbank baseerde haar beslissing op uitgebreide psychiatrische en psychologische rapportages en concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven waren. De zorgmachtiging is direct uitvoerbaar en gericht op stabilisatie en herstel van de geestelijke gezondheid van betrokkene.