Partijen zijn in Turkije getrouwd en hebben twee minderjarige kinderen die bij de vrouw in Turkije wonen. De man is een echtscheidingsprocedure gestart in Turkije. De vrouw verzoekt de Nederlandse rechtbank om voorlopige voorzieningen te treffen, waaronder kinderalimentatie van €300 per kind per maand en partneralimentatie van €1000 per maand vanaf 1 februari 2022.
De rechtbank onderzoekt eerst haar rechtsmacht en toepasselijk recht. De Nederlandse rechter is bevoegd omdat de man in Nederland woont en Nederlands recht is van toepassing op kinderalimentatie. Voor partneralimentatie geldt Turks recht, maar partijen kiezen gezamenlijk voor Nederlands recht.
De draagkracht van de man blijkt beperkt door een WW- en Ziektewetuitkering van circa €500 netto per maand, en een niet-actieve eenmanszaak met schulden. De vrouw heeft geen inkomen. De rechtbank stelt de draagkracht van de man vast op €50 per maand en wijst het verzoek tot partneralimentatie af vanwege gebrek aan draagkracht. De kinderalimentatie wordt voorlopig vastgesteld op €50 per maand in totaal, vanaf 1 februari 2022.
De rechtbank wijst de overige verzoeken af en bepaalt dat de man de kinderalimentatie steeds vóór de eerste van de maand moet betalen. Deze voorlopige voorzieningen gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure in Turkije.