Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde geldt dat niet kan worden vastgesteld dat de bij verdachte en de medeverdachte aangetroffen koptelefoon de weggenomen koptelefoon betreft. Daarnaast geldt dat er bij de beroving een mes is gezien terwijl bij de staandehouding van verdachte en de medeverdachte kort na de beroving geen mes is aangetroffen. Ten slotte kan uit de locatiegegevens van de telefoon enige betrokkenheid van verdachte niet worden afgeleid aangezien verdachte woonachtig is nabij de plek waar de beroving heeft plaatsgevonden.
- Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft zich bij de rechter-commissaris beroepen op zijn verschoningsrecht. Hierdoor heeft de verdediging geen effectief gebruik kunnen maken van het recht om de medeverdachte te ondervragen. Dat maakt dat de verklaring van [medeverdachte 1] niet kan worden gebezigd voor het bewijs.
- Het is niet gelukt om aangever [slachtoffer 3] te horen als getuige. Hierdoor heeft de verdediging geen effectief gebruik kunnen maken van het recht om aangever te ondervragen. Dat maakt dat de verklaring van [slachtoffer 3] evenmin kan worden gebezigd voor het bewijs. Uit de overige stukken in het dossier volgt niet dat verdachte betrokken is geweest bij het onder 1 en 2 tenlastegelegde.
- Ten aanzien van feit 3 en feit 4 geldt dat het onderzoek naar de telefoongegevens van verdachte onrechtmatig heeft plaatsgevonden omdat er geen machtiging door een rechter-commissaris is afgegeven. Daarbij heeft de raadsvrouw de rechtbank gewezen op het
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
[slachtoffer 1]als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.888,00. Dit bedrag bestaat uit € 1.038,00 materiële schade en € 850,00 immateriële schade, ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde feit.
[slachtoffer 2]als benadeelde partij in het geding gevoegd en vordert een bedrag van € 1.270,44. Dit bedrag bestaat uit € 270,44 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade, ten gevolge van de aan verdachte onder 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
jeugddetentievan
150 dagen;
103 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
2 (twee) jarenvast;
werkstrafvan
120 uren;