Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 mei 2022 in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, verweerder
Stichting PCOU/Willibrordte Utrecht.
Procesverloop
Overwegingen
Is er strijd met de goede procesorde?
Wat moet de rechtbank beoordelen?
Voorgeschiedenis en het ‘treintje’
De voorziening medegebruik van het schoolgebouw aan de [adres 1]
Is de [adres 1] een geschikte locatie?
De spoedprocedure
Omvang van het geschil
Had eiseres de aanvraag in de reguliere procedure in kunnen dienen?
De stelling van eiseres dat zij genoodzaakt was een spoedaanvraag in te dienen, nadat duidelijk was geworden dat de huisvesting volgens het ‘treintje’ niet door zou gaan, volgt de rechtbank niet. Zoals eiseres in haar bezwaarschrift opmerkt, was in december 2020 al bekend dat het ‘treintje’ geen doorgang zou vinden. Op dat moment was het leerlingaantal bekend en was er nog voldoende tijd om een reguliere aanvraag in te dienen. Er was dus geen sprake van een onvoorziene situatie. Los van de omstandigheid dat hier geen sprake is van een onvoorziene omstandigheid, vereist artikel 76i van de Wvo ook dat er sprake is van een situatie waarin de voortgang van het onderwijs in geding is. In dat verband zal de rechtbank het door verweerder subsidiair ingenomen standpunt beoordelen en de vraag beantwoorden of na ingebruikneming van de locatie [adres 1] het verschil in huisvestingsbehoefte en bestaande huisvestingscapaciteit groter is dan 10% op grond waarvan volgens de Verordening recht bestaat op uitbreiding van de capaciteit.
Heeft eiseres recht op uitbreiding van de huisvestingscapaciteit?
Conclusie