Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juni 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
i) met het dakterras wordt de afdekking gewijzigd;
ii) op het perceel is al een bijzondere bouwlaag gerealiseerd.
Het college is niet bereid om in het geval van eiser van het bestemmingsplan af te wijken. Het college heeft zich hierbij gebaseerd op een negatief advies van de stedenbouwkundige afdeling over het gerealiseerde dakterras.
Beoordeling door de rechtbank
Vooraf
Het geschil en het juridisch kader
i) Mocht eiser er op vertrouwen dat er geen omgevingsvergunning nodig was?
ii) Is er geen omgevingsvergunning nodig, omdat het dakterras niet in strijd is met het bestemmingsplan?
iii) Als er wel een omgevingsvergunning is vereist: Heeft het college de omgevings-vergunning in redelijkheid kunnen weigeren?
Mocht eiser er op vertrouwen dat er geen omgevingsvergunning nodig was?
“de bestaande kapvorm of afdekking, zoals deze bestaan op het moment van in werking treden van het plan, moet gehandhaafd worden.”
“ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw 10' is een bijzondere bouwlaag of een dakterras toegestaan waarbij geldt dat de afstand van de bijzondere bouwlaag of het dakterras tot de achtergevel minimaal 0,7 meter dient te bedragen.”
ofeen dakterras. Uit het woord ‘of’ volgt dat het hier gaat om twee verschillende mogelijkheden die elkaar uitsluiten. Tussen partijen is niet in geschil dat op het perceel al een bijzondere bouwlaag aanwezig is. Dit betekent dat een dakterras op basis van artikel 22.2.3, aanhef en onder i, van de planregels niet meer is toegestaan. Eisers verwijzing naar de toelichting op het bestemmingsplan maakt dit oordeel niet anders. Volgens vaste rechtspraak komt aan de toelichting op het bestemmingsplan bij de uitleg van de planregels geen betekenis toe in het geval de tekst van de planregels op zichzelf duidelijk is. [2] In dit geval is de tekst in artikel 22.2.3, aanhef en onder i, van de planregels duidelijk. In dit artikel ziet de rechtbank geen aanwijzingen dat beide mogelijkheden naast elkaar kunnen bestaan.