ECLI:NL:RBMNE:2022:2285
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens gewijzigde beslissing op bezwaar
Verzoekster B.V. heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) van 11 augustus 2020. Na behandeling van het beroep op 27 september 2021 en een tussenuitspraak op 10 december 2021, heeft het bestuursorgaan het besluit herzien en op 14 maart 2022 het bezwaar gegrond verklaard door toekenning van een IVA-uitkering per 1 mei 2020.
Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht zij om vergoeding van haar proceskosten. Verweerder reageerde niet op dit verzoek. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan op basis van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel tegemoet is gekomen aan de beroepsgronden, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond is. De vergoeding omvat de kosten van rechtsbijstand en een medisch adviseur, waarbij de uren en tarieven zijn getoetst aan het Besluit proceskosten bestuursrecht en het Besluit tarieven in strafzaken 2003.
De totale proceskostenvergoeding bedraagt €2.047,38. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van €354,- door verweerder moet worden vergoed, maar dat verzoekster dit rechtstreeks moet claimen bij verweerder.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het bestuursorgaan tot vergoeding van €2.047,38 aan proceskosten na intrekking van het beroep wegens een gewijzigde beslissing op bezwaar.