ECLI:NL:RBMNE:2022:2310
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning in Utrecht, vastgesteld op €940.000 voor het belastingjaar 2021. De eiser betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde voor, respectievelijk €827.000 en €880.000.
De rechtbank heeft de stukken, waaronder een taxatiematrix en toelichtingen, bestudeerd en oordeelt dat de verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De taxatiematrix toont aan dat er adequaat rekening is gehouden met verschillen tussen de woning en referentiewoningen, zoals perceeloppervlakte en ligging.
De door eiser aangevoerde bezwaren over onjuiste woonoppervlaktes, onvoldoende correctie voor de ligging aan een schoolplein met verkeers- en geluidsoverlast, en verschillen in staat van onderhoud, worden door de rechtbank verworpen. De rechtbank benadrukt dat de WOZ-waarde jaarlijks wordt bepaald op basis van actuele verkoopcijfers en dat eerdere waardestijgingen niet als maatstaf kunnen dienen.
Ook een niet onderbouwde makelaarstaxatie van €800.000 kan het oordeel niet wijzigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €940.000 wordt ongegrond verklaard.