ECLI:NL:RBMNE:2022:2312
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning ongegrond wegens aannemelijkheid waardebepaling
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2021, vastgesteld op € 258.000,-. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, heeft de waarde onderbouwd met een taxatiematrix en nieuwe referentieobjecten in beroep.
Eiser stelde een lagere waarde van € 235.000,- voor, maar heeft tijdens de procedure zijn eerdere beroepsgronden betreffende referentieobjecten, voorzieningen, kwaliteitsniveau en ligging ingetrokken. Op de zitting bracht eiser nieuwe gronden naar voren over de gebruikte indexeringspercentages en het ontbreken van verkoopbrochures, maar de rechtbank oordeelde dat deze te laat en in strijd met de goede procesorde waren aangevoerd.
De rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld, mede door de taxatiematrix die de waardeverhouding inzichtelijk maakt. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en een verzoek tot proceskostenvergoeding is afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 258.000,- is ongegrond verklaard.