ECLI:NL:RBMNE:2022:2313
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning in Utrecht
De zaak betreft een beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op €510.000,- voor het belastingjaar 2021. Eiser vorderde een lagere waarde van €416.000,-. Verweerder gebruikte een taxatiematrix met nieuwe referentieobjecten om de waarde te onderbouwen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Er is voldoende rekening gehouden met verschillen tussen de woning en referentieobjecten, waaronder perceelgrootte en inhoud. Eiser trok enkele beroepsgronden in, zoals de ligging ten opzichte van referentieobjecten.
Andere aangevoerde gronden, zoals onvoldoende rekening houden met geluidsoverlast nabij de A2, gedateerde voorzieningen en het afnemend grensnut, werden door de rechtbank verworpen op basis van de overgelegde stukken en toelichting. Een beroepsgrond over de indexeringspercentages werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €510.000,- wordt ongegrond verklaard.