Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met 19 producties, ingekomen op 7 mei 2021;
- het verweerschrift met 9 producties, ingekomen op 5 juli 2021.
Rechtbank Midden-Nederland
Twee huisartsen, die gezamenlijk eigenaar zijn van een pand en samen een huisartsenpraktijk in maatschapsverband voerden, zijn in geschil geraakt over het gebruik van de praktijkruimten na beëindiging van de maatschap. Verzoekster wilde een exclusief gebruiksrecht en beheersregeling om haar praktijkruimte zelfstandig te kunnen verhuren en beheren, mede vanwege haar ziekte en wens tot financiële zekerheid voor haar gezin.
De kantonrechter stelt vast dat partijen een tijdelijke beheersregeling hebben getroffen, maar dat de gemaakte afspraken niet voorzien in het zelfstandig kunnen beschikken over het gebruiksrecht zonder instemming van de ander. Ook de maatschapsovereenkomst biedt geen grond voor het gevraagde exclusieve recht. De belangen van beide partijen zijn even zwaarwegend, waarbij verweerster niet wil dat derden gebruik maken van haar eigendom zonder medezeggenschap.
De verstoorde verhouding tussen partijen en hun uiteenlopende belangen maken dat de kantonrechter het verzoek afwijst. De rechter benadrukt dat een oplossing via mediation en mogelijk splitsing of verkoop van het pand de meest logische weg is. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het verzoek tot exclusief gebruiksrecht en beheersregeling wordt afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.