ECLI:NL:RBMNE:2022:2323
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens parkeren in plaats van in- en uitstappen bevestigd
Eiser kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd omdat hij zijn auto had stilgezet zonder de verschuldigde parkeerbelasting te betalen. Eiser stelde dat hij niet parkeerde, maar slechts zijn dochter liet in- en uitstappen nabij haar school. De rechtbank oordeelde dat het stilzetten van de auto en het begeleiden van zijn dochter naar het schoolplein niet valt onder het begrip 'onmiddellijk in- of uitstappen'.
De rechtbank constateerde een motiveringsgebrek in de uitspraak op bezwaar, omdat verweerder onvoldoende op het bezwaar van eiser was ingegaan. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat verweerder in het verweerschrift alsnog een deugdelijke motivering gaf en eiser daardoor niet werd benadeeld. Daarnaast werd geoordeeld dat verweerder de hoorplicht niet had geschonden, aangezien eiser niet had verzocht om te worden gehoord.
Uiteindelijk werd het beroep ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd. Vanwege het motiveringsgebrek werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan eiser. De rechtbank benadrukte dat eiser gehouden was parkeerbelasting te betalen, ook al begeleidde hij zijn dochter bij het oversteken van de straat.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt bevestigd en het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.