ECLI:NL:RBMNE:2022:2331
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen WOZ-waardebepaling winkel- en opslagruimten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waardes van drie onroerende zaken, bestaande uit twee winkels en een opslagruimte, die door de heffingsambtenaar zijn vastgesteld voor het belastingjaar 2020. De waardes zijn bepaald op basis van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij huurwaarden en kapitalisatiefactoren zijn afgeleid uit transacties van vergelijkbare referentieobjecten.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de gebruikte referentieobjecten voldoende vergelijkbaar zijn met de onroerende zaken, ook al verschillen ze deels in bouwjaar en historische woonfunctie. De taxateur van verweerder heeft toegelicht dat de huurwaardes en kapitalisatiefactoren marktconform zijn en dat ook de waardedrukkende effecten van gewijzigde parkeervoorzieningen en omzetschade door bestemmingsplanwijzigingen zijn meegenomen.
Eiser heeft aangevoerd dat de WOZ-waardes te hoog zijn vastgesteld vanwege het historische karakter van de panden, omzetschade en slechte parkeervoorzieningen, maar deze gronden zijn door de rechtbank verworpen. De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waardes niet te hoog zijn vastgesteld en verklaart de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen de vastgestelde WOZ-waardes van de onroerende zaken worden ongegrond verklaard.