ECLI:NL:RBMNE:2022:2333
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening WOZ-waarde appartement na ongeschikte referentiewoningen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de WOZ-waarde van een appartement centraal, vastgesteld op €350.000 voor het belastingjaar 2021. Eiser betwist deze waarde en stelt een maximale waarde van €284.000 voor. Verweerder handhaaft de oorspronkelijke waarde en onderbouwt deze met een taxatiematrix van drie referentiewoningen.
De rechtbank beoordeelt de bruikbaarheid van de referentiewoningen en concludeert dat twee van de drie woningen niet geschikt zijn voor vergelijking: één woning is mogelijk niet openbaar verkocht en een andere woning heeft een inhoud die bijna het dubbele is van het appartement van eiser. Hierdoor blijft slechts één referentiewoning over, wat onvoldoende is voor een betrouwbare waardebepaling.
Eiser slaagt er ook niet in zijn lagere waarde aannemelijk te maken. De rechtbank stelt daarom de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €317.000. Omdat het beroep gegrond wordt verklaard, wordt de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd en wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De WOZ-waarde van het appartement wordt schattenderwijs vastgesteld op €317.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig verminderd.