Verzoeker is op 13 januari 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen. Op 13 april 2022 stuurde verweerder een vooraankondiging van compensatie kinderopvangtoeslag aan verzoeker. Vervolgens heeft verzoeker op 11 mei 2022 laten weten dat verweerder aan zijn eisen had voldaan, waarna hij het beroep introk en een vergoeding voor proceskosten vroeg. Verweerder reageerde niet op dit verzoek.
De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen tot betaling van proceskosten. De rechtbank bepaalt de proceskosten op €379,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak.
Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €50,- aan verzoeker betalen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2022 door rechter J.H. Lange, in aanwezigheid van griffier M.M. van Luijk-Salomons.