ECLI:NL:RBMNE:2022:2362

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 juni 2022
Publicatiedatum
20 juni 2022
Zaaknummer
UTR 22/165
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling Belastingdienst tot betaling proceskosten wegens intrekking beroep na tegemoetkoming

Verzoeker is op 13 januari 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de Belastingdienst/Toeslagen. Op 13 april 2022 stuurde verweerder een vooraankondiging van compensatie kinderopvangtoeslag aan verzoeker. Vervolgens heeft verzoeker op 11 mei 2022 laten weten dat verweerder aan zijn eisen had voldaan, waarna hij het beroep introk en een vergoeding voor proceskosten vroeg. Verweerder reageerde niet op dit verzoek.

De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken omdat verweerder aan verzoeker is tegemoetgekomen. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank het bestuursorgaan veroordelen tot betaling van proceskosten. De rechtbank bepaalt de proceskosten op €379,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van de zaak.

Daarnaast moet verweerder het griffierecht van €50,- aan verzoeker betalen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2022 door rechter J.H. Lange, in aanwezigheid van griffier M.M. van Luijk-Salomons.

Uitkomst: De Belastingdienst wordt veroordeeld tot betaling van €379,50 aan proceskosten en €50 griffierecht aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 22/165

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juni 2022 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. B. Eskes),
en

Belastingdienst/Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Verzoeker is op 13 januari 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Verweerder heeft op 13 april 2022 aan verzoeker een vooraankondiging compensatie kinderopvangtoeslag gestuurd.
3. Bij brief van 11 mei 2022 heeft verzoeker laten weten dat verweerder heeft gedaan wat hij wilde, namelijk het betalen van dwangsommen en een inhoudelijke behandeling van eisers beroep. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten. Verweerder heeft niet gereageerd op het verzoek van verzoeker.
4. De rechtbank kan in geval van intrekking van het beroep het bestuursorgaan op grond van artikel 8:75a van de Awb op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten veroordelen indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen. De rechtbank stelt vast dat het beroep is ingetrokken, omdat verweerder is tegemoetgekomen aan verzoeker. Verweerder zal de proceskosten van verzoeker dus moeten betalen.
5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoeker die verweerder moet betalen vast op
€ 379,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 759,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
6. Verweerder moet ook het griffierecht van € 50,- aan verzoeker betalen (artikel 8:41 van Pro de Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 379,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. M.M. van Luijk-Salomons, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2022.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.