ECLI:NL:RBMNE:2022:2366
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling compensatie transitievergoeding bij wijziging bedongen arbeid na langdurige arbeidsongeschiktheid
Eiseres, werkgever sinds 2006 van een werknemer die zich in 2014 ziek meldde, betaalde een transitievergoeding na beëindiging van het dienstverband wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Het UWV kende compensatie toe op basis van het loon en de arbeidsduur van de functie medewerker vakindeling, die de werknemer na twee jaar ziekte verrichtte.
Eiseres betwistte dit en stelde dat de compensatie berekend moest worden op basis van het brutoloon en de arbeidsduur van de oorspronkelijke functie vulploegleider, omdat een wijziging van de bedongen arbeid alleen schriftelijk kon worden overeengekomen. De rechtbank stelde vast dat de werknemer gedurende een aanzienlijke periode passende werkzaamheden verrichtte als medewerker vakindeling en dat deze arbeid stilzwijgend de bedongen arbeid was geworden.
De rechtbank vond dat het UWV terecht was uitgegaan van het loon en de arbeidsduur van de medewerker vakindeling, mede omdat eiseres het loon gedurende twee periodes van 104 weken had doorbetaald zonder bezwaar. De stelling van eiseres dat de wijziging van de bedongen arbeid schriftelijk moest zijn overeengekomen werd verworpen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van het UWV over de compensatie van de transitievergoeding wordt ongegrond verklaard.