De zaak betreft een besluit van het college van burgemeester en wethouders van een gemeente om een last onder dwangsom op te leggen voor herstel van een gevel. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het college niet tijdig besliste. Na een eerdere uitspraak waarin de rechtbank het college opdroeg alsnog te beslissen en een dwangsom oplegde, bleef het college in gebreke. Eiser stelde daarom opnieuw beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat het tweede beroep ontvankelijk was omdat de dwangsom uit de eerdere uitspraak nog niet was volgelopen op het moment van het indienen van het beroep. Vervolgens werd het beroep gegrond verklaard omdat het college nog steeds geen besluit had genomen. De rechtbank droeg het college op binnen twee weken alsnog te beslissen en legde een dwangsom van € 200,- per dag op met een maximum van € 30.000,-.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser, omdat eiser een professionele gemachtigde had ingeschakeld. De uitspraak werd gedaan door rechter S.C.A. van Kuijeren op 3 juni 2022.