ECLI:NL:RBMNE:2022:2433
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag kinderopvangtoeslag
Eiseres diende op 4 januari 2021 een aanvraag kinderopvangtoeslag in bij de Belastingdienst/Toeslagen. Verweerder moest binnen zes maanden beslissen, met een eenmalige verlenging van zes maanden, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 7 januari 2022 in gebreke en startte op 25 maart 2022 een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder een dwangsom van maximaal €1.442,- verbeurd heeft. Verweerder vroeg om een termijn van dertien weken vanwege de complexiteit en het grote aantal herbeoordelingen in de nasleep van de toeslagenaffaire. Eiseres wilde een kortere termijn van zeven weken.
De rechtbank oordeelt dat gezien de bijzondere omstandigheden een termijn van twaalf weken redelijk is en stelt deze vast, met een mogelijkheid tot verlenging indien de termijn voor het indienen van een zienswijze wordt overschreden. Verweerder moet binnen deze termijn alsnog een besluit nemen. Voor elke dag overschrijding daarna geldt een dwangsom van €100,- met een maximum van €15.000,-.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van proceskosten van €379,50 en het griffierecht van €50,- aan eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt een termijn van twaalf weken voor een besluit en legt dwangsommen en proceskosten op aan de Belastingdienst.