Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1 ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2 TENLASTELEGGING
3 VOORVRAGEN
4 WAARDERING VAN HET BEWIJS
Ten aanzien van feit 2:
aangifte van Liander N.V., waarin onder meer als verklaring namens Liander N.V. is opgenomen, zakelijk weergegeven:
was. Hij zag dat – nadat hij het deksel van de aansluitkast had verwijderd – er aan de
bovenzijde van de zekeringhouders een illegale 3 fasen elektriciteitsaansluiting was gemaakt. Hij zag dat deze illegale 3 fasen elektriciteitsaansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit.
Door de manipulatie werd de afgenomen elektriciteit ten behoeve van de hennepplantage niet via de elektriciteitsmeter geregistreerd.
Uit het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is gebleken dat er een hennepplantage was ingericht in bovengenoemd perceel in ieder geval in de periode van augustus 2015 tot 8 maart 2016.
Uit een berekening blijkt dat er minimaal 17.916 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen) ten behoeve van de hennepplantage. [4]
proces-verbaal van verhoor van verdachtebij de politie is onder meer als verklaring van verdachte opgenomen, zakelijk weergegeven:
5 BEWEZENVERKLARING
op tijdstippen gelegen in de periode van 1 augustus 2015 tot en met 8 maart 2016 te [woonplaats] , in een pand gelegen aan de [adres] , opzettelijk een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten 411 hennepstekken en 437 hennepplanten, heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt en aanwezig heeft gehad, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
6 STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7 STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8 OPLEGGING VAN STRAF
9 TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en
- 3 en 11 van de Opiumwet;
10 BESLISSING
gevangenisstraf van 4 maanden;
de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarden niet heeft nageleefd;
2015 tot en met 8 maart 2016 te [woonplaats] , althans in Nederland
(telkens)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
in de uitoefening van een beroep of bedrijf
opzettelijk
heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of
vervoerd,
in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan de
[adres] ),
een grote hoeveelheid als bedoeld in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet, te weten 411
hennepstekken en/of 437 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten
en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een
materiaal bevattende hennep, althans een hoeveelheid hennep,
zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan
wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 11 lid 5 Opiumwet Pro, art 3 ahf Pro/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )
[woonplaats] , althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een
ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan
Liander,
heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,
terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het
misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/haar/hun
bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
( art 310 Wetboek Pro van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf Pro/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art
311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht )