Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juni 2022 in de zaak tussen
[verzoekster] , te [plaats] , verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2022.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering te beëindigen en geen WIA-uitkering toe te kennen. Het UWV trok dit bezwaar later in en besloot de Ziektewetuitkering voort te zetten, waarna de WIA-uitkering opnieuw beoordeeld zou worden.
Verzoeker vroeg vergoeding van zijn proceskosten, waaronder kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand en reiskosten voor het bijwonen van deskundigenonderzoeken. Het UWV reageerde niet op dit verzoek.
De rechtbank oordeelde dat het UWV door het intrekken van het bezwaar geheel tegemoet is gekomen aan verzoeker, waardoor proceskostenvergoeding op grond van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht toewijsbaar is. De proceskosten werden vastgesteld op €1.897,50 voor rechtsbijstand en €85,80 voor reiskosten, totaal €1.983,30.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat verzoeker het griffierecht van €48,- rechtstreeks bij het UWV kan claimen. De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is openbaar.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.983,30 aan proceskosten en reiskosten aan verzoeker.