Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein verleende een omgevingsvergunning voor buitenschoolse opvang en kinderentertainment op een perceel, ondanks strijd met het bestemmingsplan. Eisers, buren van het perceel, ondervonden geluidsoverlast van de activiteiten in de avond en weekenden en verzochten handhaving.
Het college wees het handhavingsverzoek in eerste instantie af, waarna eisers bezwaar maakten. Het college verklaarde een deel van het bezwaar gegrond wegens onvoldoende gegevens, maar handhaafde de afwijzing uiteindelijk opnieuw. De rechtbank beoordeelde het beroep van eisers tegen deze afwijzing.
De rechtbank stelde vast dat het college alleen kan handhaven bij vastgestelde overtredingen. Ten tijde van het bestreden besluit waren door coronamaatregelen geen activiteiten op het perceel, waardoor geen overtredingen konden worden vastgesteld. Eisers erkenden dit ook. Het college gaf aan controles te zullen uitvoeren zodra de locatie weer open is en handhavend op te treden bij overtredingen.
De rechtbank concludeerde dat het college het handhavingsverzoek terecht heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.