Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Raad voor de Rechtsbijstand, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Standpunt van eiser
anderszinsaan te tonen te voldoen aan de wettelijke competenties. Daarbij gaat het om een combinatie van tolkscholing en werkervaring. Verweerder heeft voor de invulling van dit criterium (‘anderszins aantonen’) aansluiting gezocht bij het Besluit permanente educatie Wbtv en de voorwaarden uitgewerkt in het Beoordelingskader B2, dat verweerder heeft gepubliceerd op haar website en hanteert als richtlijn. Verweerder heeft de voorwaarde gesteld dat er sprake moet zijn van tolkscholing met een omvang van ten minste 40 uren PE (Permanente Educatie, ofwel PE-punten) en de tolkscholing moet in elk geval betrekking hebben gehad op de tolktechnieken geheugentraining, tekstanalyse en parafraseren, notatietechnieken en tolkhouding. Pas wanneer sprake is van tenminste 40 PE-punten kan ook de werkervaring in ogenschouw worden genomen. Deze uitgangspunten acht de rechtbank niet onredelijk en zijn overigens ook niet door eiser betwist. De rechtbank heeft ter zitting met partijen vastgesteld dat eiser heeft aangetoond dat hij 8 PE-punten tolkscholing heeft behaald. Dit betekent dat eiser een tekort van 32 PE-punten heeft om te voldoen aan de voorwaarden. Hierdoor is de rechtbank van oordeel dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor inschrijving in het Rbtv op grond van artikel 8, eerste lid, onder a of onder b, van het Bbtv. Hierna zal de rechtbank beoordelen of verweerder desondanks tot inschrijving moest overgaan vanwege eisers beroep op het vertrouwensbeginsel.