De rechtbank Midden-Nederland sprak verdachte vrij van twee ten laste gelegde feiten: schennis van de eerbaarheid en corrumpering van een minderjarige. Het eerste feit betrof het zich naakt bevinden op straat en het aanraken van een kinderfietsje, vermoedelijk tijdens slaapwandelen. Medische stukken en getuigenverklaringen bevestigden de slaapstoornis, waardoor opzet ontbrak.
Het tweede feit betrof het corrumperen van een minderjarige door haar getuige te laten zijn van seksuele handelingen. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat verdachte actieve handelingen verrichtte om de minderjarige wakker te maken of haar aandacht te trekken. Hierdoor kon het bestanddeel 'ertoe bewegen' niet worden bewezen.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering omdat verdachte werd vrijgesproken. De rechtbank wees erop dat de civiele rechter kan worden benaderd voor schadevergoeding. De officier van justitie had een taakstraf geëist, maar dit werd door de rechtbank verworpen op basis van de feiten en het bewijs.
De zitting vond plaats op 21 juni 2022, het vonnis werd uitgesproken op 5 juli 2022 door een meervoudige kamer. Verdachte werd vrijgesproken wegens het ontbreken van bewustzijn en onvoldoende bewijs voor actieve handelingen met ontuchtig oogmerk.