Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.[gedaagde sub 1] ,
2.[gedaagde sub 2] ,
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
498,00(2 punten x tarief € 249,00)
Rechtbank Midden-Nederland
Eneco Services vordert betaling van een eindnota voor energiegebruik van een vof waarvan de vennoten [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hoofdelijk aansprakelijk worden gehouden. De vennoten betwisten de aansprakelijkheid met het argument dat de vof per 30 september 2017 was beëindigd en dat zij niet verantwoordelijk zijn voor de energieovereenkomst die na die datum zou zijn blijven bestaan.
De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 18 van Pro het Wetboek van Koophandel vennoten hoofdelijk aansprakelijk blijven voor verplichtingen aangegaan tijdens het bestaan van de vof, ook na beëindiging daarvan. Het verweer dat de vof feitelijk was beëindigd en dat [gedaagde sub 2] een bedrag aan [gedaagde sub 1] had betaald, faalt.
Verder is vastgesteld dat Eneco Services niet kon beschikken over werkelijke meterstanden bij het einde van de overeenkomst en daarom uitging van geschatte standen op basis van historisch verbruik, wat gebruikelijk is volgens haar algemene voorwaarden. De kantonrechter wijst de vordering toe, inclusief wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en veroordeelt de vennoten hoofdelijk tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten.
Uitkomst: Vennoten worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de energienota, rente, incassokosten en proceskosten.