ECLI:NL:RBMNE:2022:2609
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt redelijke belangenafweging bij verplaatsing bushalte in Utrecht
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het verkeersbesluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om een bushalte te verplaatsen binnen de binnenstad. Zij stellen dat de verplaatsing leidt tot verkeersopstoppingen, onveilige situaties en verslechterde luchtkwaliteit in hun straat.
De rechtbank beoordeelt of het college een redelijke belangenafweging heeft gemaakt en of de nadelige gevolgen voor omwonenden niet onevenredig zijn. De rechtbank concludeert dat het college de wens om de doorstroming te verbeteren voldoende heeft onderbouwd en dat de nadelen, zoals opstoppingen en beperkte overlast, niet onevenredig zijn.
Verder is geoordeeld dat het college voldoende aandacht heeft besteed aan verkeersveiligheid en luchtkwaliteit. Het college mocht afwegen dat de nieuwe halte weinig gebruikt wordt en dat de locatie in de binnenstad beperkte ruimte biedt voor voorzieningen zoals een abri.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht af en geeft aan dat partijen hoger beroep kunnen instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het verkeersbesluit tot verplaatsing van de bushalte wordt ongegrond verklaard.