ECLI:NL:RBMNE:2022:2615
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning in Utrecht voor belastingjaar 2021
De zaak betreft een beroepsprocedure tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning in Utrecht, vastgesteld op €822.000 voor het belastingjaar 2021 met waardepeildatum 1 januari 2020. Eiser stelde dat de waarde te hoog was en bepleitte een lagere waarde van €795.000.
De rechtbank beoordeelde de onderbouwing van de waarde door verweerder, die een taxatiematrix gebruikte met vergelijkingswoningen in de buurt. Hoewel eiser kritiek had op de gebruikte referentiewoningen en de wijze van indexering, liet de rechtbank de beroepsgrond over de indexering buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank vond dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
De rechtbank verwierp ook de bezwaren over de verschillen in woningtypen van referentiewoningen en de waardering van objectonderdelen. Daarnaast werd geoordeeld dat de ligging en overlastfactoren voldoende waren meegenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €822.000 wordt ongegrond verklaard.