Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.VORDERING
3.BEOORDELING VAN DE VORDERING
Gemaakte kosten (50%): € 6.300-
€ 3.150.
€ 3.150,-.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Veroordeelde is in een strafzaak veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het dealen van harddrugs in de periode van 7 november 2021 tot en met 14 februari 2022. De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, begroot op €19.350,00. De verdediging betwistte onder meer de periode waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd, het aantal unieke contacten per dag, de werkweekduur, en de toepassing van een verdeelsleutel.
De rechtbank oordeelde dat de periode van 13 juli 2021 tot 7 november 2021 onvoldoende aannemelijk was voor betrokkenheid van veroordeelde bij drugshandel, mede omdat de dealtelefoon in die periode niet actief was en verklaringen onvoldoende houvast boden. De rechtbank ging uit van de periode 7 november 2021 tot 14 februari 2022, met een werkweek van vijf dagen en negen unieke contacten per dag. De opbrengst per transactie werd vastgesteld op €20, en de kosten werden geraamd op 50% van de omzet.
Hieruit volgde een wederrechtelijk verkregen voordeel van €6.300, dat de rechtbank ponds-ponds verdeelde tussen veroordeelde en zijn medepleger, waardoor het bedrag voor veroordeelde op €3.150 werd vastgesteld. De rechtbank legde veroordeelde de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen en bepaalde de maximale duur van gijzeling op 63 dagen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Midden-Nederland op 31 mei 2022.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €3.150 aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.