ECLI:NL:RBMNE:2022:2641
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond WOZ-beroep tegen vastgestelde waarde woning in Utrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Utrecht, welke door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €389.000 voor het belastingjaar 2020 met waardepeildatum 1 januari 2019. Eiser stelde een lagere waarde van €313.000 voor, onderbouwd met onder meer gebreken aan de woning zoals lekkage en achterstallig onderhoud.
De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats en omgeving. De rechtbank acht de methode van vergelijking met referentiewoningen en de onderbouwing daarvan voldoende aannemelijk om de vastgestelde waarde te handhaven.
De door eiser aangevoerde gebreken en andere omstandigheden zoals een ondoelmatige indeling en mindere ligging zijn onvoldoende onderbouwd en kunnen niet leiden tot een lagere waardering. De rechtbank concludeert dat de waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. Schuman en griffier I. Zallali op 7 juni 2022.
Uitkomst: Het WOZ-beroep wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €389.000 wordt gehandhaafd.