ECLI:NL:RBMNE:2022:2642
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning vastgesteld op 590.000 euro
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van een vrijstaande woning, vastgesteld op 590.000 euro per 1 januari 2020. Eiser betwist de waarde en stelt een lagere waarde van 488.000 euro voor. Verweerder handhaaft de vastgestelde waarde en heeft een taxatiematrix met vijf referentiewoningen overgelegd.
De rechtbank beoordeelt of verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de waardebepaling, waaronder de gehanteerde indexering en de vergelijkbaarheid van referentiewoningen. Verweerder heeft toegelicht dat de indexering gebaseerd is op landelijke CBS- en Kadastercijfers en lokale expertise. De referentiewoningen zijn vergelijkbaar qua ligging, bouwjaar en uitstraling.
Eiser voert diverse bezwaren aan, zoals onvoldoende rekening houden met gedateerde voorzieningen, matige isolatie en onderhoud, en afwijkingen in grondprijs. De rechtbank volgt deze argumenten niet, omdat verweerder hiervoor correcties heeft toegepast en voldoende onderbouwing heeft gegeven.
De rechtbank concludeert dat verweerder de WOZ-waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries en uitgesproken op 13 juni 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van 590.000 euro wordt ongegrond verklaard.