ECLI:NL:RBMNE:2022:2645
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning en aanslag rioolheffing bevestigd ondanks beroep
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een woning per 1 januari 2020 en de daarbij behorende aanslag onroerendezaakbelasting en rioolheffing. Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met referentiewoningen in dezelfde plaats. De rechtbank stelde vast dat de taxatiematrix en de gehanteerde indexering voldoende inzicht en onderbouwing boden.
Eiser voerde onder meer aan dat de gebruikte oppervlaktematen onjuist waren en dat de KOUDV-factoren niet transparant waren toegepast. De rechtbank oordeelde dat de oppervlaktematen van verweerder, gebaseerd op bouwtekeningen en vergunningen, betrouwbaarder waren dan de BAG-gegevens en iWOZ-documenten waarop eiser zich baseerde. Ook achtte de rechtbank de waardering van de KOUDV-factoren en de uitsluiting van de zolder in de waardering aannemelijk.
Daarnaast stelde eiser dat de rioolheffing onterecht werd opgelegd vanwege een vermeende strijd met het gelijkheidsbeginsel door toepassing van een kerkenvrijstelling. De rechtbank oordeelde dat de gemeenteraad binnen zijn beleidsvrijheid een objectvrijstelling mag toepassen en dat dit niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De aanslag rioolheffing werd daarom eveneens bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Catsburg op 14 juni 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en rioolheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden bevestigd.