ECLI:NL:RBMNE:2022:2648
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: WOZ-waarde woning en aanslag rioolheffing bevestigd
In deze bestuursrechtelijke zaak stond de vaststelling van de WOZ-waarde van een woning aan de [adres 1] in [plaats] centraal, evenals de aanslag rioolheffing opgelegd door de gemeente [plaats]. Eiser betwistte de WOZ-waarde van € 291.000,- per 1 januari 2020 en stelde een lagere waarde van € 278.000,- voor. Daarnaast voerde eiser aan dat de aanslag rioolheffing onterecht was opgelegd vanwege een vermeende strijd met het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde voldoende had onderbouwd met een taxatiematrix en vergelijkbare referentiewoningen, waarbij enkele referenties vanwege onjuistheden buiten beschouwing werden gelaten. De rechtbank verwierp de bezwaren over ontbrekende stukken en oppervlaktegegevens, en concludeerde dat de gehanteerde indexering en waarderingsmethodiek juist waren toegepast. Ook het beroep op een waardeverminderende factor vanwege nabijheid van een busbaan werd niet gevolgd.
Ten aanzien van de rioolheffing stelde de rechtbank vast dat de gemeenteraad binnen haar beleidsvrijheid een objectvrijstelling voor kerken heeft vastgesteld, wat niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De aanslag rioolheffing werd daarom als terecht beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en de aanslag rioolheffing wordt ongegrond verklaard.