ECLI:NL:RBMNE:2022:2650
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting op gefiscaliseerde parkeerplaats
Eiseres parkeerde haar auto op 11 januari 2021 op een gefiscaliseerde parkeerplaats in Utrecht waar betaald parkeren geldt. Omdat zij niet direct bij het parkeren de parkeerbelasting betaalde, maar pas twintig minuten later, legde de heffingsambtenaar een naheffingsaanslag op van €69,69. Eiseres voerde aan dat zij door persoonlijke omstandigheden, zoals het bezoeken van haar dochter en kleindochter, de registratie later kon uitvoeren en verzocht om coulance.
De rechtbank overwoog dat de parkeerbelasting een objectieve belasting is waarbij alleen de feitelijke gedraging telt, namelijk het parkeren zonder tijdige betaling. De persoonlijke omstandigheden van eiseres konden geen grond vormen om af te wijken van de wettelijke verplichting tot betaling bij aanvang van het parkeren. Ook de door eiseres genoemde algemene ongemakken voor ouderen bij het betalen van parkeerbelasting werden niet als reden gezien om haar tegemoet te komen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag als terecht opgelegd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd mondeling gedaan op 16 juni 2022 en partijen gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.