Eiser ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting voor het parkeren zonder betaling op een gefiscaliseerde parkeerplaats. Na bezwaar werd dit ongegrond verklaard. Eiser stelde dat verweerder niet tijdig had beslist op zijn bezwaar en vorderde een dwangsomvergoeding.
De rechtbank stelde vast dat een eerste ingebrekestelling op 25 februari 2021 niet rechtsgeldig was omdat deze zonder inhoud werd ontvangen en geretourneerd. Een tweede ingebrekestelling van 20 oktober 2021 was wel rechtsgeldig, waarna verweerder pas op 14 november 2021 besloot, buiten de gestelde termijn.
Hierdoor is verweerder een dwangsom verschuldigd over de periode van 4 tot 14 november 2021, berekend op €230. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht was geschonden, maar dat eiser hierdoor niet in zijn belang was geschaad en wees de zaak niet terug. De naheffingsaanslag blijft onverminderd van kracht. Verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.