ECLI:NL:RBMNE:2022:2653
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling WOZ-waarde appartement in Utrecht
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn appartement aan een adres in Utrecht, vastgesteld op €346.000 per 1 januari 2020, en vordert een lagere waarde van €318.000. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente, heeft de waarde vastgesteld met behulp van een taxatiematrix waarin vijf vergelijkbare appartementen zijn meegenomen.
De rechtbank oordeelt dat de taxatiematrix voldoende inzicht geeft in de waardeverhouding tussen het appartement van eiser en de referentiewoningen, die qua locatie, bouwjaar en uitstraling vergelijkbaar zijn. Eiser heeft enkele beroepsgronden ingetrokken en andere aangevochten punten, zoals het gebruik van de wortelformule en de staat van de voorzieningen, worden door de rechtbank niet gevolgd.
Ook het eigen aankoopbedrag van eiser uit 2016 wordt niet als relevante waarde-indicator geaccepteerd vanwege de afstand tot de waardepeildatum. De rechtbank concludeert dat verweerder de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €346.000 wordt ongegrond verklaard.