Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen drie kinderrechters die betrokken zijn bij meerdere familierechtzaken over zijn uithuisgeplaatste kinderen. Hij stelt dat de rechters partijdig en vooringenomen zijn omdat zij eerder beslissingen tegen hem hebben genomen.
De wrakingskamer heeft het verzoek op 21 juni 2022 behandeld en onderzocht of er feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechters in gevaar brengen. Daarbij is overwogen dat het enkel feit dat rechters eerder beslissingen hebben genomen waar verzoeker het niet mee eens is, onvoldoende is om partijdigheid aan te nemen.
De kamer concludeert dat er geen persoonlijke vooringenomenheid is gesteld of gebleken, noch dat de rechters de schijn van vooringenomenheid hebben gewekt. Het wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard en de lopende procedures worden voortgezet in de stand waarin zij zich bevonden.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.