ECLI:NL:RBMNE:2022:2664
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid afgewezen
In deze wrakingsprocedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in de hoofdzaak, omdat de rechter het verzoek tot uitstel van de mondelinge behandeling vanwege gezondheidsklachten van de advocaat van verzoeker had afgewezen. Verzoeker stelde dat het doorzetten van de zitting zonder zijn advocaat de schijn van vooringenomenheid wekte en zijn belangen niet voldoende beschermde.
De rechter heeft in zijn reactie toegelicht dat de mondelinge behandeling al twee keer was uitgesteld en dat hij met het niet honoreren van het uitstelverzoek partijen zo snel mogelijk duidelijkheid wilde bieden. Tevens bood hij de mogelijkheid aan de advocaat om online deel te nemen, wat niet werd opgevolgd. Tijdens de zitting gaf de rechter aan dat het wellicht beter was geweest dit voornemen ook te communiceren.
De wrakingskamer heeft beoordeeld dat het niet honoreren van het uitstelverzoek een procesbeslissing betreft en dat een negatieve procesbeslissing op zichzelf geen grond is voor wraking. Er is geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid vastgesteld. De belangenafweging van de rechter was transparant en zorgvuldig, en de belangen van verzoeker zijn niet uit het oog verloren.
Daarom verklaart de wrakingskamer het wrakingsverzoek ongegrond en bepaalt dat de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter is ongegrond verklaard en de procedure wordt voortgezet.