Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres:
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
samen met een ander een vrachtwagen en een quad heeft geheeld;
;
,een hoeveelheid kazen heeft geheeld
;
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
SIN: AAO18739NL
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 38,06 aan proceskosten te betalen.
€ 1.200,- en € 600,-, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 20 november 2021tot de dag van volledige betaling. Als door verdachte niet wordt betaald, zal deze verplichting worden aangevuld met respectievelijk 22 dagen en 12 gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
€ 16.348,54. Deze kosten staan in rechtstreeks verband met de bedrijfsinbraak en zijn voldoende onderbouwd.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
onder feit 2 primair en feit 5 ten laste gelegde niet bewezenen spreekt verdachte daarvan vrij;
de overige ten laste gelegde feiten bewezenzoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
een gevangenisstraf van 2 (twee) jaren;
- wijst de vordering van [verbalisant 5] toe tot een bedrag van € 600,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan verdachte van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2021 tot de dag van de algehele voldoening;
- verklaart [verbalisant 5] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 5] aan de Staat € 600,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 12 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [verbalisant 4] toe tot een bedrag van € 1.200,-;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan verdachte van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2021 tot de dag van de algehele voldoening;
- verklaart [verbalisant 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [verbalisant 4] aan de Staat € 1.200,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2021 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 24 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van Politie Midden-Nederland toe tot een bedrag van € 489,40;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan verdachte van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2021 tot de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [bedrijf 1] toe tot een bedrag van € 19.248,54;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [bedrijf 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [bedrijf 1] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [bedrijf 1] aan de Staat € 19.248,54 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 131 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [bedrijf 2] toe tot een bedrag van € 1.585,29;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [bedrijf 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [bedrijf 2] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [bedrijf 2] aan de Staat € 1.585,29 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 25 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [bedrijf 4] toe tot een bedrag van € 38.872,63;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [bedrijf 4] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 november 2021 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart [bedrijf 4] voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken, tot op dit moment begroot op € 38,06, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [bedrijf 4] aan de Staat € 38.872,63 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 november 2021 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 229 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededader op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.